Muggenziektes en het weer: waarom de toekomst van knokkelkoorts moeilijk te voorspellen is
Stel je voor: de zomer van 2050. Is het dat jaar warm en vochtig, of juist droog? Dat verschil bepaalt of muggen die knokkelkoorts overbrengen zich ergens kunnen vestigen. Nieuw onderzoek laat zien dat dit soort natuurlijke schommelingen in het weer minstens zo belangrijk zijn als klimaatverandering zelf, als het gaat om waar deze ziekte in de toekomst kan opduiken.
Knokkelkoorts is een voorbeeld van een ziekte die door een insect wordt overgedragen, in dit geval de mug Aedes aegypti. Zulke ziektes noemen wetenschappers 'vectorziektes'. Temperatuur en regen bepalen of deze muggen goed kunnen overleven en zich voortplanten. Klimaatverandering zorgt er daarom voor dat knokkelkoorts zich naar nieuwe gebieden verspreidt, bijvoorbeeld verder van de evenaar af.
Maar naast de langetermijntrend van klimaatverandering, bestaat er ook natuurlijke klimaatvariabiliteit. Dat zijn schommelingen in het weer van jaar tot jaar of decennium tot decennium, zoals El Niño, die niets te maken hebben met de mens maar wel invloed hebben op temperatuur en regenval. Deze schommelingen krijgen in onderzoek naar klimaat en gezondheid vaak weinig aandacht.
Een onderzoeksteam bouwde een wiskundig model dat voorspelt hoe geschikt het klimaat wereldwijd is voor de verspreiding van knokkelkoorts, tot het jaar 2100. Ze gebruikten honderd verschillende klimaatprojecties van hetzelfde klimaatmodel (het Community Earth System Model), allemaal gebaseerd op hetzelfde scenario voor toekomstige uitstoot van broeikasgassen. Het enige verschil tussen die honderd projecties was de natuurlijke variabiliteit in het weer.
De uitkomst: ook al gaat het om exact hetzelfde uitstootscenario, de honderd projecties laten duidelijk verschillende uitkomsten zien voor hoeveel mensen wereldwijd risico lopen op knokkelkoorts. Het onderzoek geeft geen vast percentage voor dit verschil, maar laat wel zien dat de kloof tussen de meest gunstige en de minst gunstige projectie op veel plekken groter is dan de onzekerheid die komt door bijvoorbeeld verschillen in hoe de ziekte zich precies gedraagt in het lichaam.
Wat wel overal duidelijk werd: het aantal mensen dat wereldwijd risico loopt op knokkelkoorts en vergelijkbare ziektes neemt naar verwachting toe. Maar hoe groot die toename precies is, hangt sterk af van welke kant het natuurlijke weer opgaat, los van klimaatverandering zelf.
Voor de volksgezondheid betekent dit dat één enkele voorspelling voor de toekomst niet genoeg is. De onderzoekers pleiten ervoor om voortaan standaard met een reeks mogelijke scenario's te werken, in plaats van met één verwachte uitkomst. Zo kunnen overheden en zorginstellingen zich voorbereiden op een bandbreedte aan mogelijkheden, in plaats van op één specifiek getal.
Wat betekent dit (nog) niet: Dit is één onderzoek, gebaseerd op één klimaatmodel en gericht op knokkelkoorts. Het is geen exacte voorspelling van wat er in 2100 daadwerkelijk gebeurt, maar een verkenning van mogelijke scenario's. Voor andere ziektes en andere klimaatmodellen moet nog worden bevestigd of natuurlijke klimaatvariabiliteit een even grote rol speelt.