Astronomen vinden mogelijk 7 nieuwe extreem gemagnetiseerde sterren in ons melkwegstelsel
Ergens in ons melkwegstelsel draaien sterren rond die zo'n sterk magnetisch veld hebben, dat je er op honderdduizend kilometer afstand al een creditcard mee zou kunnen wissen. Deze zogeheten magnetars zijn extreem zeldzaam: astronomen kennen er maar ongeveer 30 van. Een nieuw onderzoek levert nu zeven kandidaten op voor extra magnetars die we nog niet kenden.
Een magnetar is een neutronenster: het overblijfsel van een uitgestorven zware ster, samengeperst tot een bal van nog geen 20 kilometer doorsnee. Wat magnetars bijzonder maakt, is hun magnetische veld. Dat is duizenden keren sterker dan bij een gewone neutronenster. Door die enorme kracht barsten ze af en toe uit in korte, felle flitsen van röntgen- en gammastraling.
Twee telescopen, één probleem opgelost
Die uitbarstingen zijn juist hoe je magnetars kunt opsporen. Het probleem is alleen dat de instrumenten die deze flitsen het beste zien, zoals de Fermi Gamma-ray Burst Monitor (GBM), een heel breed stuk hemel tegelijk in de gaten houden. Daardoor weet je vaak niet precies uit welke richting een flits komt. Andere telescopen, zoals Swift/BAT, kunnen die richting wel heel nauwkeurig bepalen, maar zien maar een klein stukje hemel tegelijk.
Een team astronomen combineerde daarom jarenlange data van beide instrumenten, van 2013 tot 2025. Door slim te kijken welke flitsen door beide telescopen zijn opgevangen, konden ze de precieze locatie van veel meer uitbarstingen vaststellen dan met één instrument alleen mogelijk was. Ze gebruikten daarnaast een methode die flitsen die dicht bij elkaar in tijd en plaats gebeuren, aan elkaar koppelt als ze waarschijnlijk van dezelfde bron komen.
1720 uitbarstingen, 7 nieuwe kandidaten
Het resultaat is indrukwekkend: een catalogus van 1720 magnetar-uitbarstingen. Van deze uitbarstingen konden er 1170 met vertrouwen worden toegewezen aan 11 magnetars die we al kenden. De overige 550 flitsen konden niet aan een specifieke bron worden gekoppeld.
Het meest spannende resultaat: via drie verschillende zoekmethoden vonden de onderzoekers zeven plekken aan de hemel die zich gedragen als magnetars, maar die nog niet eerder als zodanig zijn herkend. Dit zijn dus kandidaat-nieuwe magnetars, geen bevestigde ontdekkingen.
Wat betekent dit (nog) niet: De zeven kandidaten zijn nog geen definitief bewezen magnetars. Het onderzoek levert vooral doelen op voor vervolgonderzoek: astronomen moeten deze plekken nu met röntgentelescopen nauwkeuriger bekijken om te bevestigen dat het echt om magnetars gaat. Dit is bovendien het werk van één onderzoeksteam, andere groepen zullen de resultaten nog moeten controleren.
Waarom is dit belangrijk? Met maar 30 bekende magnetars in ons hele melkwegstelsel is elke nieuwe kandidaat waardevol. Hoe meer magnetars we kennen en bestuderen, hoe beter we begrijpen hoe deze extreme sterren ontstaan en zich gedragen. De catalogus van 1720 uitbarstingen is bovendien op zich al een schat aan informatie: hij bevat ook de zwakste signalen die ooit door de GBM zijn waargenomen, wat helpt om het gedrag van magnetars in detail te bestuderen.
Het onderzoek laat vooral ook zien hoe waardevol het is om data van verschillende telescopen te combineren. Waar het ene instrument een groot deel van de hemel overziet maar wazig ziet, en het andere scherp maar smal kijkt, vullen ze elkaar precies aan.