Is er leven op andere planeten? We durven het misschien niet genoeg te onderzoeken
Stel dat er leven bestaat op Mars, of op een van de ijsmanen van Jupiter. Hoe zou je dat ooit zeker weten, zonder onderweg per ongeluk je eigen aardse bacteriën mee te nemen? Dit dilemma houdt ruimtevaartorganisaties al decennia bezig. Een nieuw filosofisch artikel stelt nu dat we dit probleem eigenlijk verkeerd aanpakken.
Het gaat om zogeheten "planetaire bescherming": de regels die moeten voorkomen dat we andere planeten besmetten met aards leven, of omgekeerd, dat we per ongeluk iets gevaarlijks van elders naar de aarde brengen. Ruimtesondes worden daarom extreem schoongemaakt voordat ze de ruimte in gaan.
Het probleem: we weten eigenlijk niets
De onderzoekers wijzen op iets ongemakkelijks. We hebben geen idee hoe leven precies ontstaat, en we weten niet of er elders in het zonnestelsel leven bestaat. Toch gebruiken de huidige regels voor planetaire bescherming allerlei aannames over precies die twee onbekende zaken.
Dat levert een tegenstrijdigheid op. Aan de ene kant gaan de regels er soms van uit dat leven op aarde makkelijk zou kunnen overleven op een andere planeet, wat besmetting waarschijnlijk maakt. Aan de andere kant wordt er ook geredeneerd alsof planeten heel specifiek "afgestemd" moeten zijn op leven, wat besmetting juist onwaarschijnlijk maakt. Je kunt niet beide aannames tegelijk gebruiken, zeggen de auteurs, zonder een keuze te maken en die te verantwoorden.
Een andere aanpak: actiever zoeken
Het onderzoeksteam pleit voor een andere houding. In plaats van vooral voorzichtig te blijven uit angst voor besmetting, zouden we volgens hen actiever moeten onderzoeken of er leven is op andere planeten in ons zonnestelsel. Hun argument: zolang we niet weten hoe waarschijnlijk leven elders is, kunnen we ook niet goed inschatten hoe groot het besmettingsrisico werkelijk is. Voorzichtigheid zonder kennis is dan misschien niet zo veilig als het voelt, het is vooral onzeker.
De auteurs beargumenteren dat een actievere zoektocht naar leven, gericht op het daadwerkelijk vaststellen of planeten bewoond zijn, niet per definitie grotere risico's met zich meebrengt dan de huidige, terughoudende aanpak. Dit is hun eigen redenering, gebaseerd op filosofische analyse van bestaande beleidsargumenten, niet op nieuwe experimentele data.
Wat betekent dit (nog) niet: Dit artikel is een filosofisch betoog, geen nieuwe meting of ontdekking van leven ergens in het zonnestelsel. De auteurs laten zien dat de huidige regels op wankele, tegenstrijdige aannames rusten, en stellen een andere aanpak voor. Dat betekent niet dat hun voorstel al is overgenomen door ruimtevaartorganisaties, of dat actievere verkenning zonder risico's is. Het is één onderzoeksteam dat een discussie aanwakkert binnen een vakgebied waar nog veel onzeker is.
Waarom is dit relevant? Missies naar Mars, Europa (een maan van Jupiter) en Enceladus (een maan van Saturnus) staan gepland of worden overwogen, juist om te zoeken naar sporen van leven. De manier waarop we deze missies inrichten, hangt direct af van hoe we omgaan met de vraag die dit artikel oproept. Moeten we extreem voorzichtig blijven, of is het tijd om iets stelliger op zoek te gaan naar antwoorden? Die keuze bepaalt mede hoe snel, en hoe grondig, we ooit zullen weten of we alleen zijn in het zonnestelsel.
Bron: The Epistemic Risk of the 31st Spore: If Planets Aren't Fine Tuned, We're Doing Life Detection Wrong