Voor het eerst een mysterieuze radioflits gevonden bij laagste frequenties, zonder dat ernaar werd gezocht
Ergens in het heelal knippert iets heel kort en heel fel. Een signaal dat maar een fractie van een seconde duurt, maar dat vanaf miljarden kilometers afstand nog te zien is. Astronomen noemen dit een fast radio burst, een radioflits (FRB). Niemand weet precies wat deze flitsen veroorzaakt. Nu is er een bijzondere vondst gedaan: voor het eerst is zo'n flits opgepikt bij hele lage radiofrequenties, terwijl de onderzoekers daar niet eens gericht naar op zoek waren.
Radioflitsen zijn signalen die van ver buiten ons melkwegstelsel komen. Ze duren maar een paar milliseconden, maar zijn in die korte tijd extreem fel. Er zijn er inmiddels duizenden ontdekt, maar bijna allemaal bij relatief hoge radiofrequenties, boven de 400 megahertz (MHz, een maat voor hoe snel een radiogolf trilt). Bij lage frequenties, onder de 300 MHz, zijn ze bijna nooit gevonden.
Dat heeft een technische reden. Onderweg door de ruimte raken lage frequenties meer vertraagd en uitgesmeerd dan hoge frequenties. Bij hoge frequenties duurt die vertraging een fractie van een seconde. Bij lage frequenties kan het signaal tientallen seconden uitgesmeerd worden. Daardoor is het voor computers extreem lastig om dit soort flitsen bij lage frequenties te herkennen en op te sporen.
Toevallige vondst
Tot nu toe was er maar één bevestigde radioflits gevonden onder de 300 MHz. Dat gebeurde met de radiotelescoop LOFAR, en toen keken de onderzoekers heel gericht naar één bron die al bekend was: FRB 20180916B. Ze wisten dus al dat die bron flitsen uitzendt op hogere frequenties.
Deze nieuwe ontdekking is anders. De onderzoekers gebruikten de Murchison Widefield Array, een telescoop in Australië die een groot stuk van de lucht in één keer in beeld brengt. Ze waren niet op zoek naar één specifieke bron, maar deden een brede, algemene zoektocht. Toch vonden ze een radioflits onder de 300 MHz. Dit is de eerste keer dat dit op deze manier is gelukt.
Belangrijk is ook hoe vaak zo'n flits voorkomt in deze gegevens. Het aantal radioflitsen dat de onderzoekers hier vinden, past goed bij het aantal dat je ook bij hogere frequenties ziet. Dat is opvallend, want sommige wetenschappers dachten dat radioflitsen bij lage frequenties veel zeldzamer zouden zijn. De gedachte was dat het signaal onderweg te veel verstrooid of geabsorbeerd zou worden om nog waarneembaar te zijn.
Wat betekent dit (nog) niet
Dit is één enkele waarneming, gedaan door één onderzoeksteam. Het betekent niet dat radioflitsen bij lage frequenties nu makkelijk te vinden zijn, of dat we al begrijpen wat ze veroorzaakt. Er is ook nog niet bevestigd of dit patroon bij meer waarnemingen standhoudt. Wel laat het zien dat breed zoeken, zonder een specifieke bron in gedachten, kan werken en dat eerdere aannames over "te veel verstoring" mogelijk niet klopten.
Waarom is dit interessant? Als radioflitsen bij lage frequenties net zo vaak voorkomen als bij hoge frequenties, betekent dat dat we met bredere zoekmethodes veel meer van deze mysterieuze signalen kunnen vinden. Lage frequenties geven ook andere informatie over de omgeving waar de flits ontstaat, omdat het signaal anders reageert op gas en stof onderweg. Dat kan helpen om uiteindelijk te achterhalen wat deze flitsen precies veroorzaakt, iets waar astronomen al jaren naar zoeken.
Bron: A fast radio burst from a non-targeted low-frequency survey