Waarom alleen de sterkste lama's een eigen stukje land krijgen

Waarom alleen de sterkste lama's een eigen stukje land krijgen
Foto: Diego Marín via Unsplash

Een vicuña-mannetje dat een mals stuk grasland verdedigt, trekt vrouwtjes aan. Maar vechten kost energie, en te veel vechten kan hem fataal worden. Hoe bepaalt een dier of het de strijd om een territorium aandurft? Een nieuw wiskundig model van kameelachtigen (de diergroep waar lama's, alpaca's en vicuña's toe behoren) laat zien dat het antwoord grotendeels in de biologie van het dier zelf verborgen zit: zijn lichaamsgewicht.

Bij veel wilde hoefdieren, zoals kameelachtigen, verdedigen mannetjes een gebied met veel voedsel. Zo'n territorium trekt vrouwtjes aan en beschermt straks hun jongen. Dit heet territoriaal gedrag. Het klinkt simpel, maar onder de motorkap zit een voortdurende rekensom: hoeveel energie kost het om een gebied te bewaken en te verdedigen, tegenover hoeveel voedsel dat gebied oplevert?

Een rekenmodel met dieren als pionnen

Onderzoekers bouwden een computersimulatie waarin virtuele mannetjes zich gedragen volgens een energiebalans: wat ze binnenkrijgen aan voedsel, min wat ze verliezen aan bewegen en vechten. Belangrijk is dat dit model rekening houdt met een bekend natuurkundig principe: grotere dieren hebben verhoudingsgewijs lagere energiekosten per kilo lichaamsgewicht dan kleine dieren. Dit heet een allometrische relatie, een vast verband tussen lichaamsgrootte en stofwisseling dat je bij bijna alle dieren terugziet, van muizen tot olifanten.

De meeste eerdere modellen over territoriaal gedrag namen dit soort lichaamsgrootte-effecten niet mee. Dit nieuwe model doet dat wel, en daardoor konden de onderzoekers drie dingen laten zien.

Drie bevindingen

Ten eerste bestaat er een soort drempelwaarde in lichaamsgewicht. Alleen dieren die boven die drempel zitten, hebben genoeg energiereserve om een territorium te veroveren én te behouden. Te licht zijn betekent: geen kans op een eigen stukje land.

Ten tweede maakt het uit hoe het voedsel in het landschap verspreid ligt. Liggen voedselrijke plekken dicht bij elkaar, dan wordt de concurrentie tussen mannetjes feller en wordt de ongelijkheid tussen territoria groter. Sommige mannetjes krijgen dan een rijk gebied, anderen vallen volledig buiten de boot.

Ten derde blijkt de kostprijs van een gevecht zelf een stabiliserende factor. Omdat vechten risicovol en energieverslindend is, remt dit mannetjes af om eindeloos land te blijven veroveren. Daardoor ontstaat er juist ruimte voor meerdere dieren om naast elkaar te bestaan, in plaats van dat één dier alles opeist.

Wat betekent dit (nog) niet: dit is een wiskundig model, geen veldonderzoek met echte lama's of vicuña's. De onderzoekers hebben de werkelijkheid vertaald naar vergelijkingen en die laten doorrekenen door een computer. Dat is een waardevolle manier om te begrijpen welke factoren in theorie een rol zouden moeten spelen, maar het is nog geen bewijs dat precies dit mechanisme ook zo in het wild werkt. Vervolgonderzoek met waarnemingen in de natuur zou moeten uitwijzen of de voorspellingen van het model kloppen.

Toch is dit een mooi voorbeeld van hoe natuurkunde, wiskunde en gedragsbiologie samenkomen. Het laat zien dat iets wat op het eerste gezicht puur sociaal gedrag lijkt, zoals een territorium verdedigen, in essentie ook een energieboekhouding is. Grootte, landschap en de prijs van een gevecht bepalen samen wie een plekje krijgt en wie niet.

Bron: Energy, space and competition: A model of territorial organization in camelids

Dit artikel is met AI vertaald en samengevat op basis van wetenschappelijk onderzoek, en gecontroleerd voordat het online kwam. Check bij twijfel altijd de bronvermelding hierboven, of lees hoe dat proces werkt.