Waarom een spuitbeurt met pesticide soms averechts werkt: een wiskundig model legt het uit

Waarom een spuitbeurt met pesticide soms averechts werkt: een wiskundig model legt het uit
Foto: Roger Starnes Sr via Unsplash

Een boer bestrijdt een schadelijk insect met pesticide. Een arts geeft een patiënt chemotherapie tegen kanker. In beide gevallen wil je één ding: de ongewenste cellen of dieren volledig laten verdwijnen. Maar wat als de ingreep juist zorgt dat de vijand blijft bestaan, of zelfs sterker terugkomt?

Dat is de vraag die een onderzoeksteam nu met wiskunde probeert te beantwoorden. Ze bouwden een model dat berekent wanneer herhaalde ingrepen, zoals een spuitbeurt elke week of een chemokuur elke maand, een populatie uitroeien en wanneer ze die juist in stand houden.

Steeds dezelfde klap, met tussenpozen

Denk aan een populatie die steeds even flink wordt teruggeslagen door een "puls", een korte, krachtige ingreep, en die daarna weer de tijd krijgt om te groeien. Dit patroon herhaalt zich telkens met een vast tijdsinterval: bijvoorbeeld elke twee weken pesticide, gevolgd door twee weken natuurlijke groei van de overlevende dieren.

De onderzoekers keken niet naar één soort, maar naar systemen met meerdere soorten of celtypes tegelijk. Denk aan chemotherapiegevoelige kankercellen tegen resistente kankercellen, of een schadelijk insect tegen zijn natuurlijke vijand (een parasiet die het insect bestrijdt) in combinatie met pesticide. Zulke systemen worden vaak beschreven met zogeheten Lotka-Volterra modellen: wiskundige vergelijkingen die laten zien hoe soorten elkaars aantallen beïnvloeden, bijvoorbeeld via concurrentie om voedsel of door predatie.

De uitkomst: overleven of uitsterven

Het team ontwikkelde een voorwaarde waarmee je kunt voorspellen of alle soorten in het systeem blijven bestaan, wat onderzoekers "permanentie" noemen. Die voorwaarde combineert twee dingen: hoe de soorten zich gedragen tussen de ingrepen door (de continue groei) en wat de puls zelf doet (de plotselinge klap). Door deze twee aparte factoren precies te scheiden, kunnen de onderzoekers berekenen hoe vaak en hoe hard je moet ingrijpen om een gewenste uitkomst te krijgen.

Een concreet voorbeeld uit het onderzoek: bij de bestrijding van een landbouwplaag met zowel pesticide als een natuurlijke vijand (parasitoïde) bepalen de timing en intensiteit van de pesticide-inzet of het schadelijke insect echt verdwijnt, of dat het juist standhoudt naast zijn natuurlijke vijand. Te vaak of te weinig spuiten kan dus allebei verkeerd uitpakken, afhankelijk van hoe de soorten elkaar onderling beïnvloeden.

Het model laat ook zien dat de uitkomst niet direct omslaat bij kleine veranderingen. Als de ingreep net iets anders getimed is, of de dosis wijkt een beetje af, blijft de uitkomst meestal hetzelfde. Dat is belangrijk, want in de praktijk is een behandeling nooit perfect precies.

Wat betekent dit (nog) niet: dit is een wiskundig model, geen praktijktest met echte gewassen of patiënten. De voorbeelden over kanker en landbouwbestrijding zijn illustraties van hoe de wiskunde werkt, geen directe medische of agrarische aanbevelingen. Er is nog geen experimenteel onderzoek dat deze voorspellingen in de praktijk heeft bevestigd.

Toch is dit soort werk waardevol. Het geeft artsen en boeren straks mogelijk een raamwerk om te bepalen hoe vaak en hoe intensief een behandeling moet zijn om echt effect te hebben, in plaats van op gevoel te werken. Vooral bij chemotherapie, waar resistente kankercellen een groot probleem vormen, kan beter begrip van deze dynamiek op termijn helpen bij het ontwerpen van behandelschema's.

Bron: Persistence of n-Species Lotka-Volterra Models with Periodic Pulses

Dit artikel is met AI vertaald en samengevat op basis van wetenschappelijk onderzoek, en gecontroleerd voordat het online kwam. Check bij twijfel altijd de bronvermelding hierboven, of lees hoe dat proces werkt.