Waarom warmer water niet automatisch tot meer orkanen leidt

Waarom warmer water niet automatisch tot meer orkanen leidt
Foto: NASA via Unsplash

Je zou denken: hoe warmer de zee, hoe meer orkanen. Toch klopt dat niet altijd. Tijdens El Niño, het weerfenomeen waarbij de oceaan in de Grote Oceaan warmer wordt dan normaal, verwacht je dus meer tropische stormen. Maar dat gebeurt niet. Een team van onderzoekers ontdekte waarom.

El Niño is een natuurlijk terugkerend patroon in de Grote Oceaan. Om de paar jaar wordt het oppervlaktewater in het midden en oosten van deze oceaan warmer dan gebruikelijk. Die extra warmte breidt zich dan ook uit naar het gebied waar normaal koeler water ligt.

Warme zeeoppervlaktetemperatuur is de brandstof voor tropische cyclonen, de verzamelnaam voor orkanen en tyfoons. Je zou dus verwachten dat er tijdens El Niño meer van deze stormen ontstaan. Metingen laten echter zien dat het aantal orkanen tijdens El Niño ongeveer gelijk blijft aan het aantal tijdens La Niña, het tegenovergestelde, kouder patroon.

De verklaring ligt onder het wateroppervlak

De onderzoekers ontdekten dat er iets gebeurt dat je niet direct ziet: onder het warme oppervlaktewater koelt de oceaan juist af. Dit gebeurt in het gebied dat de onderzoekers de tropische centraal-noordelijke Pacific noemen, een strook oceaan ten noorden van de evenaar, ongeveer in het midden van de Grote Oceaan.

De oorzaak is een verandering in windpatronen tijdens El Niño. Deze wind zorgt voor een draaiende kracht op het water, waardoor een grens in de oceaan, de zogeheten 26°C-isotherm (de denkbeeldige laag waaronder het water kouder is dan 26 graden), dichter naar het oppervlak komt. Het resultaat: er verdwijnt warmte uit de diepere laag, ook al is het oppervlak zelf warmer dan normaal.

Dit is opvallend, omdat in het oosten en westen van de Grote Oceaan het tegenovergestelde gebeurt: daar wordt de diepere laag juist warmer als het oppervlak warmer wordt. Alleen in dit middelste gebied werkt de diepe oceaan de oppervlaktewarmte dus tegen.

Voor het ontstaan van een orkaan telt niet alleen de temperatuur aan het oppervlak. Een storm zuigt tijdens zijn opbouw ook water op van iets dieper. Als die diepere laag koeler is, remt dat de vorming van de storm af, ondanks de warme temperatuur die je aan de oppervlakte meet.

Wat betekent dit (nog) niet: Dit onderzoek verklaart waarom het aantal orkanen tijdens El Niño niet fors stijgt, ondanks warmer oppervlaktewater. Het zegt niets over de kracht of het traject van individuele orkanen, en het is geen voorspelling dat het aantal orkanen wereldwijd gelijk blijft door klimaatverandering. De onderzoekers benadrukken zelf dat de trend in het aantal tropische cyclonen wereldwijd nog wordt bediscussieerd binnen de wetenschap. Ook is dit één onderzoek: verdere studies moeten bevestigen hoe stevig dit patroon is.

De bevindingen zijn relevant voor toekomstige klimaatmodellen. Onder invloed van opwarming van de aarde verwachten wetenschappers dat de Grote Oceaan structureel meer op een El Niño-achtig patroon gaat lijken. Als dat klopt, moeten modellen die voorspellen hoeveel orkanen er in de toekomst komen, rekening houden met dit samenspel tussen warmte aan de oppervlakte en afkoeling in de diepte. Zonder die diepere laag mee te nemen, geven modellen mogelijk een onvolledig beeld van hoe orkanen in de toekomst ontstaan.

Bron: Unexpected limitation of tropical cyclone genesis by subsurface tropical central-north Pacific during El Niño

Dit artikel is met AI vertaald en samengevat op basis van wetenschappelijk onderzoek, en gecontroleerd voordat het online kwam. Check bij twijfel altijd de bronvermelding hierboven, of lees hoe dat proces werkt.