Wat extreme hitte en bijzondere leefgebieden ons leren over waterecosystemen
Stel je voor: een hittegolf in de zomer, waarbij vissen massaal doodgaan in een meer. Of een warmwaterbron waarin bijzondere diersoorten al duizenden jaren overleven. Wetenschappers gebruiken zulke extreme situaties als een soort kijkglas naar de toekomst. Ze proberen te voorspellen hoe waterleven, van vissen tot algen, omgaat met klimaatverandering.
Een team van elf onderzoekers boog zich over de vraag hoe goed dat kijkglas eigenlijk werkt. Ze keken naar twee soorten "extremen": korte, hevige gebeurtenissen zoals hittegolven of overstromingen, en permanente extreme leefgebieden, zoals extreem zoute of hete wateren waarin dieren en planten al lang gewend zijn te leven.
Twee soorten extremen, twee soorten informatie
Korte, hevige gebeurtenissen laten vooral zien hoe ecosystemen direct reageren op een schok. Denk aan een golf van sterfte onder vissen tijdens een hittegolf. Dit soort gebeurtenissen geeft nuttige informatie over acute effecten, maar zegt weinig over hoe een ecosysteem zich over tientallen jaren aanpast.
Extreme leefgebieden werken anders. Soorten die al generaties lang in een extreem hete of zoute omgeving leven, hebben zich daaraan aangepast. Dat kan iets vertellen over hoe aanpassing op lange termijn eruitziet. Het probleem is dat deze omgevingen vaak heel geleidelijk zijn ontstaan, in plaats van in een korte periode zoals bij klimaatverandering nu gebeurt. Daardoor is de vergelijking niet altijd eerlijk.
Er is nog een addertje onder het gras. De onderzoekers vonden dat de opbouw van een leefgemeenschap, dus welke soorten er samen leven en hoe ze elkaar beïnvloeden (bijvoorbeeld wie wie opeet), flink kan verschillen tussen deze twee soorten extremen. Dat maakt vergelijken lastiger dan het lijkt.
Grootte moet kloppen
Een belangrijke bevinding gaat over schaal: de grootte van het gebied of de gebeurtenis die je bestudeert. Als een extreem leefgebied of een extreme gebeurtenis niet even groot is als het systeem waarmee je het vergelijkt, moet je de biologische reacties bestuderen op een kleinere geografische schaal dan waar de extreme gebeurtenis zelf plaatsvindt. Simpel gezegd: je kunt niet zomaar de gevolgen van een lokale hittegolf in een klein meer gebruiken om te voorspellen wat er met een hele oceaan gebeurt.
Wat betekent dit (nog) niet: Dit onderzoek is een overzichtsstudie die bestaande kennis samenbrengt en analyseert, geen nieuwe meting van een specifiek ecosysteem. Het levert dus geen concrete voorspelling op over een bepaald meer, rivier of zee. Het onderzoek laat vooral zien welke valkuilen wetenschappers moeten vermijden als ze extreme situaties gebruiken om klimaateffecten te voorspellen. Het is een aanzet tot betere onderzoeksmethoden, niet een uitspraak over hoe erg de gevolgen van klimaatverandering voor waterleven precies zullen zijn.
Voor beleidsmakers en natuurbeheerders betekent dit vooral dat voorzichtigheid geboden is bij het trekken van conclusies uit extreme gebeurtenissen of habitats. Een hittegolf van één zomer zegt niet automatisch iets over aanpassing op de lange termijn, en een uniek zout meer is niet zomaar een blauwdruk voor een hele oceaan. Wie deze extremen als voorspellend instrument wil gebruiken, moet dus goed opletten of de schaal en het type verandering wel echt vergelijkbaar zijn.