Wie praat er echt mee over het klimaatbeleid? Nieuwe methode ontrafelt onderhandelingen bij het IPCC

Wie praat er echt mee over het klimaatbeleid? Nieuwe methode ontrafelt onderhandelingen bij het IPCC
Foto: Matthew TenBruggencate via Unsplash

Je kent het beeld vast wel: landen die samen om tafel zitten en onderhandelen over klimaatbeleid, waarbij een paar grote landen de show lijken te stelen. Maar klopt dat beeld eigenlijk wel, voor elk onderwerp dat op tafel komt? Een groep onderzoekers ontwikkelde een nieuwe manier om dat precies uit te zoeken, en de uitkomst is genuanceerder dan gedacht.

Het gaat om vergaderingen van het IPCC, het klimaatpanel van de Verenigde Naties dat wetenschappelijke rapporten opstelt over klimaatverandering. Voordat zo'n rapport af is, moeten regeringen van over de hele wereld eerst goedkeuring geven, zin voor zin. Dat gebeurt in speciale goedkeuringsvergaderingen. Deze vergaderingen zijn belangrijk, omdat de uitkomst ervan later weer als basis dient voor internationale klimaatafspraken, zoals die onder het Klimaatverdrag van Parijs.

Onderzoekers van onder meer de universiteiten van Bergen en Glasgow ontwikkelden een computertechniek die automatisch grote hoeveelheden tekst analyseert, een methode uit de taalkunde die "text-as-data" heet. Hiermee konden ze precies meten hoeveel elk land inbrengt tijdens de bespreking van verschillende onderwerpen. Eerder onderzoek suggereerde dat een klein groepje grote landen bij alle onderwerpen de meeste woorden voert. Deze nieuwe studie zoomt in op twee specifieke thema's uit het zesde grote IPCC-rapport (AR6): "koolstofmanagement" (technieken om CO2 uit de lucht te halen of op te slaan) en "natuurgebaseerde oplossingen" (het gebruik van bijvoorbeeld bossen en wetlands om klimaatverandering tegen te gaan).

Wat bleek: de betrokkenheid van landen verschilt sterk, afhankelijk van het onderwerp. Bij het ene thema mengen zich andere landen in de discussie dan bij het andere. Dit weerlegt het idee dat dezelfde paar grote spelers overal de boventoon voeren. Met andere woorden: welk land het hardst meepraat, hangt af van waar het gesprek over gaat.

Beide onderwerpen die de onderzoekers onder de loep namen, zijn niet toevallig gekozen. Ze kwamen namelijk expliciet terug in de uitkomst van de eerste "Global Stocktake", de grote wereldwijde evaluatie van de voortgang onder het Klimaatverdrag van Parijs. Landen gebruiken dit soort IPCC-thema's dus later als bouwstenen voor hun eigen nationale klimaatplannen.

Wat betekent dit (nog) niet
Deze studie zegt niets over wíé er inhoudelijk gelijk heeft in deze discussies, of welke landen hun zin krijgen. Het gaat puur om hoeveel een land aan het woord is, niet om de impact van wat er gezegd wordt. Ook is dit een verkennende toepassing van een nieuwe onderzoeksmethode op twee onderwerpen uit één rapport. Of dit patroon ook geldt voor andere IPCC-thema's of andere internationale vergaderingen, moet nog verder onderzocht worden.

De onderzoekers benadrukken dat hun methode breder inzetbaar is. Dezelfde aanpak kan gebruikt worden om ook andere internationale vergaderingen te analyseren, bijvoorbeeld bij de VN-klimaattoppen zelf. Daarmee vult deze tekstanalyse bestaand onderzoek aan dat vooral op basis van interviews en observaties tot stand kwam.

Voor de gewone burger betekent dit vooral dat het beeld van "een paar machtige landen die alles bepalen" bij het IPCC te simpel is. Welke landen invloed uitoefenen op de wetenschappelijke basis onder klimaatbeleid, hangt af van het specifieke onderwerp. Dat kan belangrijk zijn om te begrijpen waarom bepaalde oplossingen, zoals CO2-opslag of natuurbehoud, in het ene land meer aandacht krijgen dan in het andere.

Bron: Mapping and quantifying engagement levels of governments in IPCC approval meetings by topic from text

Dit artikel is met AI vertaald en samengevat op basis van wetenschappelijk onderzoek, en gecontroleerd voordat het online kwam. Check bij twijfel altijd de bronvermelding hierboven, of lees hoe dat proces werkt.